In 1862 werd in Amsterdam gymnastiek op de lagere school verplicht. Er kwamen speciale leraren voor dit vak. In 1882 gaf de 'Maatschappij voor turngebouwen' de architecten Ingenohl en Muller de opdracht voor een aparte gymzaal. De Duitse turngebouwen stonden model voor de keuze van de locatie, het ontwerp en de inrichting. Wat uiterlijk betreft werd het een karakteristiek pand in Hollandse renaissancestijl. Naast de centrale turnzaal was er een open plaats voor buitenoefeningen en woningen aan de Marnixstraat en Leidsekade. De huuropbrengst hiervan zou 'een turngebouw en een turnplaats met bijkomende inrichtingen als schermzalen, lokalen voor hygiëne, geneeskundige gymnastiek' rendabel maken. In 1977 werd met de verbouwing van turnzaal naar theater gestart. De grote gymzaal (39 x 13 meter) werd omgebouwd tot een theaterzaal, een hal voor de jassen en een foyer en De Krakeling werd een feit. Zie ook Bureau Monumenten van Gemeente Amsterdam.
Kees uit Kees de jongen van Theo Thijssen (1923) ging al naar het Turngebouw: "Het was een fijne boodschap. Met een briefje in de hand naar het 'Turngebouw'. Daar werd-ie in de grote zaal gelaten, een reuzenzaal met ééuwig hoge rekstokken en uit een apart hok haalde de conciërge twee schermmaskers en een hele bos van die rare dikke handschoenen en een bos slappe degens. Dat moest naar de Gymnastiekmeester z'n huis. 'Haal d'r geen kunsten mee uit, hoor, ' zei de conciërge."